Gevaarlijke stoffen

Praktijktips

  • Ken de risico’s van stoffen

    Stoffen kunnen op verschillende manieren je gezondheid schaden op de korte of op de lange termijn. Dat geldt ook voor de ‘gewone’ producten die je iedere dag gebruikt. Ben je dus bewust van de blootstellingsroutes en effecten. Meer informatie vind je ook bij de vakbond.

  • Check het veiligheidsinformatieblad

    Bij ieder product met gevaarlijke stoffen moet de leverancier een veiligheidsinformatieblad (VIB) leveren. Daarin staan de gevaren en voorzorgsmaatregelen. Een VIB moet dus in huis zijn en liefst vertaald naar een werkinstructiekaart (WIK). Vraag ernaar.

  • Herken de gevaarlijke stoffen

    Bekijk het etiket van ieder product waar je mee werkt. Er staat vaak een symbool op dat het gevaar aangeeft. Wat dat betekent vind je in het overzicht GHS-symbolen. Je kunt ook de Stoffencheck-app van de overheid downloaden.

  • Lees de waarschuwingszinnen (H&P-zinnen)

    Op het etiket en het veiligheidsinformatieblad staan ook H&P-nummers, bijvoorbeeld ‘H318 Veroorzaakt ernstig oogletsel’. Die nummers geven de gevaren aan (H) en de vereiste voorzorgsmaatregelen (P). De betekenis vind je in het overzicht H&P-zinnen.

  • Let op blootstelling

    Opname van gevaarlijke stoffen in het lichaam kan door inademing van gassen, dampen of stof, door huidcontact en door inslikken (veelal ongemerkt als gevolg van een slechte werkhygiëne). Werk hygiënisch! Volg de werkinstructies voor een veilige werkwijze.

  • Gebruik een persoonlijk beschermingsmiddel

    Handschoenen, stofmaskers en veiligheidsbrillen zijn er in verschillende typen. Het middel moet ook bestand zijn tegen de stof, check dit! Zorg dat het beschermend middel schoon blijft en niet zelf een bron van besmetting wordt. Vervang het tijdig.

  • Pas extra op als je extra kwetsbaar bent

    Bij zwangerschap of bij specifieke aandoeningen of allergieën kun je extra risico lopen. Raadpleeg de preventiemedewerker of bedrijfsarts als je vragen daarover hebt. Zie ook het onderdeel Zwangerschap en arbeid in de arbocatalogus.

  • Wees zorgvuldig met opslag en afval

    Gevaarlijke stoffen moeten in speciale opslag. Dat geldt ook voor afval dat besmet is (zoals schoonmaakdoekjes). Zorg dat je speciale verpakking beschikbaar hebt als je met gevaarlijke stoffen werkt. Zorg in een zorglocatie voor een goede kast waarin gevaarlijke stoffen opgeslagen worden waarbij planken voorzien zijn van geïntegreerde lekbak. Plaats geen op elkaar reagerende gevaarlijke stoffen bij elkaar in de buurt.

  • Weet wat je moet doen bij een ongelukje (EHBO)

    Als je stoffen in je ogen of op je huid krijgt of je voelt je onwel, weet dan wat je moet doen. Die informatie vind je in het veiligheidsinformatieblad of in de werkplekinstructiekaart. Schakel hulp in van de BHV en een huisarts of bedrijfsarts.