Omgaan met ongewenst gedrag

Praktijktips

  • Weet wat je aankunt

    Weet wat ongewenst gedrag met jou doet, wat je zelf kunt hanteren en wanneer hulp van een collega nodig is.

  • Bewaak je grenzen

    Ga zorgvuldig om met je eigen signalen van onmacht of onvermogen, geef je eigen grenzen aan, zeg ‘nee’ en biedt een alternatief aan de cliënt.

  • Houd contact

    Houd contact met de cliënt en behandel de cliënt rechtvaardig.

  • Schat risico’s in

    Signaleer op tijd of er sprake is van gevaar voor jezelf, je collega’s, de groep en/of de cliënt.

  • Reageer adequaat en passend

    Ken de verschillende vormen van ongewenst gedrag en hoe je hier adequaat en passend op reageert (toepassen van de-escalerende methodes en interventies).

  • Pas geleerde technieken en vaardigheden toe

    Pas persoonlijke veiligheidstechnieken en/of fysieke vaardigheden toe om de veiligheid voor jezelf, de cliënt en omgeving te waarborgen. Vraag om scholing als je dit niet (zo goed) kunt of nog niet geleerd hebt.

  • Blijf professioneel

    Behoud bij escalatie het overzicht. Blijf rustig, handel accuraat en doelgericht.

  • Zoek oplossingen

    Zoek bij oplopende spanningen oplossingen. Wanneer je die zelf niet ziet, probeer collega’s vroegtijdig te betrekken of bij nood te alarmeren zodat je er niet alleen voor staat.

  • Niet meer veilig? Sla alarm

    Lukt het niet meer om te zorgen voor je eigen veiligheid en een veilige omgeving? Sla dan alarm met een alarmknop of bel de politie.